Kinder-NDE

Over nabij-de-doodervaringen bij kinderen

Dit is een pagina die bestemd is voor kinderen en ouders of andere opvoeders van kinderen die een nabij-de-doodervaring hebben gehad. Het onderkennen van die ervaring is een must, het kind wordt daardoor in een omgeving gelaten die in ieder geval thuis veiligheid garandeert. Door o.a. Phyllis Atwater en kinderarts Melvin Morse is er al veel geschreven over kinderen met een nabij-de-doodervaring.

Een kind is afhankelijk van volwassenen en het is voor hen onmogelijk de NDE te verwoorden. Bevestig zijn of haar NDE. Het is een heldere werkelijkheidsbeleving. Kinderen kunnen al heel vroeg duidelijk maken dat zij een NDE gehad hebben, bijvoorbeeld door uitingen, tekeningen, uitspraken, in spelwijze enzovoort. Kinderen hebben soms de wijsheid die niet bij hun kalenderleeftijd past. Kinderen worden soms onnodig met orthopedagogische, kinderpsychologische en psychiatrische behandelingen opgescheept (zie: Bert van Schuijlenburg, Waar was de patient? – thans als pdf-bestand beschikbaar – klik hier)

Hun ervaringen relativeren schaadt. Als kinderen niet over hun gedachten kunnen vertellen kunnen ze hierdoor verdrietig, angstig en eenzaam worden, een eigen leven gaan leiden, afweergedrag vertonen, onmachtgevoelens vertonen enzovoort.

Te herkennen aan:
Onhandelbaar, probleemgedrag, paranormaal worden, tekeningen van vlinders maken, bijzondere uitspraken zoals “naar oma of opa gaan” (terwijl deze niet meer leven) en “Had me maar daar gelaten” na reanimatie.

Wat te doen?
Laat in alle liefde en rust de vragen op u af komen. De vragen zullen zeker komen. Laat ze tekenen en kleuren.

Tips
Hieronder staan enige tips van Phyllis Atwater die zij belangrijk vindt voor ouders en opvoeders. Dat ouders steun geven is wel belangrijk, maar niet genoeg. Kinder-NDE’ers hebben meer dan dat nodig. Ze hebben vrijheid nodig met een “begrenzing”, zodat ze veilig de veelsoortige werkelijkheden kunnen verkennen waarvan ze weten dat ze bestaan. Dit in gedachten houdend zijn hier wat suggesties voor ouders.

Slaappatronen

Slaappatronen van jongeren veranderen plotseling na de ervaring: ze slapen minder, er is een toename van halfslaap en rusteloosheid. Sommigen kunnen bang zijn voor slaap en last hebben van nachtmerries; anderen lijken uitgeput als ze wakker worden, alsof ze een wereldreis gemaakt hebben of tijdens hun slaap op een soort school hebben gezeten. Het herbeleven van de ervaring in de droom komt vaak voor. Moedig het kind aan erover te praten. Luister.

Versnelling

Liefde verandert voor kinder-NDE’ers. Het is normaal voor hen om de ouder/kindbinding te verliezen. Dat betekent niet dat ze niet meer liefdevol en attent zijn, maar dat ze de neiging hebben afstandelijker te reageren dan daarvoor. Het kind gaat op een andere versnelling over en wordt eerder volwassen; het wordt onafhankelijk. De belangstellingssfeer verandert.

Instrument

Na hun ervaring kunnen de meeste kinderen zich opmerkelijk minder goed uiten en met anderen omgaan. Omdat de taal het belangrijkste middel van de mens is om zich te uiten, moeten we het spreken van het kind stimuleren door zelf veel te spreken. Bevorder de dialoog met vraag- en antwoordspelletjes, vertellen van verhalen in een groep, hardop lezen en praten voor “namaak”-microfoons. Moedig het kind aan om als vrijwilliger deel te nemen aan buurtprojecten.

Boek

Schrijven en tekenen zijn even belangrijk als praten. Vraag het kind om een boek te maken over zijn nabij-de-doodervaring. Zorg dat er veel papier bij de hand is voor bladzijden met een krantenverslag van de gebeurtenis (als dat er is), tekeningen van elk aspect van de NDE, een beschrijving van wat er gebeurde, gegevens over de dromen daarna, schetsen van “wezens”die blijven verschijnen, gedichten, ideeën, gedachten en extra ruimte om later dingen toe te voegen. Kies een titel, bind het boek met linten. Zo’n plakboek maken bekrachtigt zowel de episode van de NDE als de gevoelens van het kind. De ouder moet ook een dagboek bijhouden van het hele gebeuren. Dit helpt om de ouder/kindbinding weer te herstellen en kan later, als het kind opgroeit, van onschatbare waarde zijn.

Huisdieren

Kinderervaarders hebben de neiging zich terug te trekken; wijzen soms omhelzingen en knuffels af. Laat hen weer in hun lichaam aarden door hen aan te raken, geef een klopje op hun schouder als je langsloopt, raak hun hand aan als je met hen praat, geef af en toe een duwtje tegen hun knie, wrijf over hun rug. Lach. Leer hen om jou ook te strelen en te porren, zoals je bij hen doet. Huisdieren zijn heel geschikt vooor aanrakingstherapie, net als planten.

Beelden

Bak koekjes en laat het kind meehelpen, laat het kind met de handen fantasiefiguren kneden van het deeg. Maak beelden van voedsel (inspiratie vindt u in boeken als PLAY WITH YOUR FOOD, Joost Elffers. New York City, Stewart,Tabori & Chang, 1997).

Voeding

Over voedsel gesproken, let op het suikerverbruik. Kinder-NDE’ers zijn gemiddeld gevoeliger voor chemicalien en een overmaat aan zoetigheid, speciaal geraffineerde suiker en zoetstoffen. Zorg voor goede voeding. Geef ze groente en fruit als tussendoortje. Gloeilampen verdienen de voorkeur boven TL-buizen; vermijd te veel blootstelling aan elektrische apparatuur, vooral elektrische dekens), katoen is over het algemeen het beste voor kleding en beddengoed.

Bloemen

Bloemen stellen kinderen op hun gemak. Laat ze bloemen zelf plukken en schikken. Zet tijdens de maaltijd een brandende kaars midden op tafel en laat ieder een eigen gebed hardop zeggen. Wees voorzichtig met te veel blootstelling aan de volle middagzon en met luide muziek (harde geluiden doen vaak pijn aan hun oren). Controleer of eerder voorgeschreven medicijnen nu niet te sterk zijn.

Delen

Het zou ideaal zijn als kinderen en volwassenen af en toe bij elkaar kwamen, want ze kunnen elkaar helpen. Volwassenen kunnen die speciale sfeer bieden waarin je met elkaar over je ervaring praat. Kinderen kunnen volwassenen vertrouwen geven en stabiliteit, omdat kinderen veel meer begrip hebben en opener zijn dan ouderen. Bovenal zouden ouders die op jonge leeftijd een NDE hebben gehad aangemoedigd moeten worden te praten over hun ervaring en wat ze allemaal hebben meegemaakt met hun kinderen (de meesten doen het niet). Dit delen van elkaars ervaringen heeft een positief effect dat nog jaren kan doorwerken.

Naar aanleiding van de bijlage van Children of the New Millennium, in het Nederlands: Kinderen van het Nieuwe Millennium door P.M.H Atwater. Uitgeverij De Ster, 2000, ISBN nummer 906556165x.

Melvin Morse schreef onder andere Nader tot het licht over nabij-de-doodervaringen van kinderen. Zijn laatst verschenen boek is Waar God woont waarin hij de vraag stelt, of er in onze hersenen een plaats is waar de verbinding gemaakt wordt met God en het universum. Uitgeverij Elmar ISBN nummer 90 389 1151 3.

Hier nog enige uitspraken door kinderen gedaan (Joanne Klink, Vroeger toen ik groot was, Ten Have 1990, ISBN 90 259 4452 3):

  • Kind aan de wieg van aan wiegedood gestorven broertje: “Mijn broertje is teruggegaan, hij wou nog niet”.
  • Kind van 3 jaar: “Weet je waarom baby’s nog niet praten? Ze weten nog te veel”; “Daar is het nooit morgen, maar altijd nu!”.
  • Kind loopt naar de wieg met pas geboren broertje en vraagt: “Vertel mij nog eens over God, ik ben het vergeten”.

Wij zouden het op prijs stellen, als u ervaringen van uw kinderen aan ons zou willen toesturen. De privacy is bij ons altijd gewaarborgd, u geeft zelf aan wat wel of niet gepubliceerd mag worden. Ook met vragen kunt u altijd bij ons terecht, wij zullen naar ons beste weten helpen.

Print Friendly